‘Oorkonden van de graven van Vlaanderen’ wordt ‘Oorkonden van de graven en gravinnen van Vlaanderen’
10 juni 2023
Een lange aanloop, logische (r)evolutie
De charters van de graven en gravinnen van Vlaanderen die bewaard worden in het Gentse Rijksarchief behoren tot de rijkste chartercollecties van België. Meer dan 4000 documenten, verspreid in deelcollecties Saint-Genois, Gaillard, Oostenrijks fonds en Chronologisch Supplement Wyffels, getuigen van het politieke, economische, sociale en culturele verleden van het oude graafschap Vlaanderen. Het REIGN-project wil komende jaren inzetten op de verdere ontsluiting van de collectie en het onderzoek naar de inhoud en archiefgeschiedenis ervan.
Negentiende-eeuwse herschikkingen, inventarisaties en benamingen bepalen tot vandaag sterk onze blik op de collectie. De chartercollecties werden enigszins kunstmatig samengesteld uit de massa archiefbescheiden die aan het einde van het Ancien Régime werd aangetroffen in de archiefbewaarplaatsen van de Raad van Vlaanderen als centraal administratief en juridisch orgaan van het graafschap. Archivarissen die zich in de loop van de negentiende eeuw over deze collecties bogen, benoemden ze als chartes des comtes de Flandres. Toch is de collectie niet enkel terug te brengen tot de activiteiten van de comtes, maar evenzeer tot die van de comtesses!

(Rijksarchief Gent, Chronologisch Supplement Wyffels, 3)
Tijd dus voor een update in de naamgeving: het REIGN-project ambieert immers de ontsluiting van deze collecties naar 21ste-eeuwse normen en daar hoort ook een correcte benaming van deze archiefbestanden bij. Vanaf heden zijn ze officieel terug te vinden als ‘Graven en gravinnen van Vlaanderen. Charters. Saint-Genois / Gaillard / Chronologisch Supplement / Oostenrijks Fonds’ in het archiefbeheersysteem van het Rijksarchief.
Hierbij wat extra toelichting waarom deze naamsverandering nuttig en nodig is. Lange tijd domineerde een mannelijk perspectief op het verleden, vaak met een sterke focus op politieke en militaire geschiedenissen. De laatste decennia is hier gelukkig veel verandering in gekomen en hebben onderzoekers en archivarissen meer oog voor sociale geschiedenis, diverse vormen van machtsuitoefening en de rol van vrouwen in alle maatschappelijke domeinen. Het REIGN-project wil vrouwelijke actoren binnen het grafelijk bestuur beter zichtbaar maken: denk aan het aandeel waarin vrouwen betrokken waren bij bepaalde rechtshandelingen, zegel- en oorkondingspraktijken én vanuit welke functie ze dat deden, bijvoorbeeld als erfprinses, gemalin, regentes voor een minderjarige erfopvolger enzoverder.
Dat zowel de onderzoekswereld als het brede publiek oog heeft voor de gendercomponent in het verleden, werd recent nog duidelijk in de serie het verhaal van Vlaanderen. Daarin was een grote rol weggelegd voor enkele vrouwen aan de top van het middeleeuwse graafschap Vlaanderen. Zo was er ruime aandacht voor ‘stammoeder’ Judith in de late 9de eeuw (als achterkleindochter van Karel de Grote) en Maria van Bourgondië in de 15de eeuw (de erfprinses van het samengestelde Bourgondische rijk). Daartussen bevinden zich nog vele andere generaties vrouwen die vanuit verschillende hoedanigheden een politieke rol speelden, denk aan Margaretha van de Elzas, Johanna van Constantinopel en Margaretha van Constantinopel, maar ook aan minder gekende namen zoals Clementia van Bourgondië, Maria van Champagne of Mathilde van Béthune. Deze actoren kunnen in de collectie opduiken als archiefvormer en spelen dan een hoofdrol, maar evengoed worden ze slechts terloops of in een bijrol vermeld.

Dit genderperspectief in het onderzoek naar de uitoefening van grafelijke macht zal meer genuanceerde inzichten opleveren en vormt aldus een correctie op de oudere negentiende-eeuwse gender-biased blik op de collectie. De naamsverandering van de archiefbestanden draagt op die manier bij aan een meer hedendaagse manier om het verleden te ontsluiten en te bestuderen.

(Rijksarchief Gent, Fonds Saint-Genois, 1425)