6 mei 2023
Deze week zakken staatshoofden en regeringsleiders vanuit de hele wereld af naar Westminster Abbey in Londen om de kroning van de Engelse koning Charles III en zijn echtgenote Camilla bij te wonen. Dit was ook in de middeleeuwen niet ongewoon. Zo is er een rekeningfragment bewaard met onkosten van de graaf van Vlaanderen voor het bijwonen van kroning van de ‘roi d’Allemagne’ eind dertiende eeuw. Vermoedelijk gaat het hier over Gwijde van Dampierre die een inhuldigingsplechtigheid van de keizer van het Heilig Roomse Rijk in Aken bijwoonde. We lezen in het document uitgaven voor de kamer van de graaf, wijn, haver voor paarden en vergoedingen voor het meereizend personeel.

Voor de kroningsplechtigheid haalt het Britse koningshuis alle pracht en praal uit de schatkamer. Kroonjuwelen worden opgeblonken en gouden mantels van onder het stof gehaald met als hoogtepunt uiteraard de koningskroon. Daarbij wordt aangeknoopt bij oude tradities en gebruiken. Koning Charles zal de kroon, het koningszwaard, de handschoenen en gewaden dragen die zijn voorgang(st)ers ook droegen bij het kroningsritueel. Deze regalia spelen een belangrijke symbolische rol bij de inhuldigingsplechtigheden.
Aan het “hergebruik” van deze objecten zijn ook onderhoudskosten verbonden en dat was in de middeleeuwen niet anders. Zo wordt in het Gentse Rijksarchief een oorkonde uit 1293 bewaard waarin Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen en markgraaf van Namen, verklaart dat hij nog 52 ponden verschuldigd is aan een goud- en zilversmid uit Arras, voor het leveren van goud en zilver voor het vervaardigen van kronen, riemen en andere voorwerpen.

Beide documenten zijn afkomstig uit de zogenoemde ‘Charters van de Graven van Vlaanderen’, maar zijn typologisch zeer verschillend en illustreren zo de verscheidenheid en rijkdom van die collectie. Het ene document is een kladversie van een rekening, het andere een formele schuldverklaring. De oorkonden van de Vlaamse graven en gravinnen worden momenteel in het kader van het onderzoeksproject REIGN onder de loep genomen in het Gentse Rijksarchief.