29 september 2025
Vandaag gebruiken we de term ‘blanco cheque’ vaak in diplomatieke of politieke contexten. Maar ook in de middeleeuwen bestond dit principe al – en soms zelfs letterlijk!
Zo verbonden vorsten, edelen en steden soms hun zegel aan een maagdelijk onbeschreven oorkonde. Hierop voegden hun klerken, na het voeren van de nodige onderhandelingen, in naam van hun opdrachtgever de oorkondetekst toe. Zo’n lege, maar al verzegelde oorkonde werd zelden bewaard: schrijfgoed was schaars en perkament werd meestal hergebruikt.
Meestal, maar niet altijd! Dat achterhaalde doctoraatsstudent geschiedenis Robin Waeytens (UGent) onlangs. Hij (her)ontdekte een volledig onbeschreven, maar toch verzegeld middeleeuws charter in zijn speurtocht door de reeks ongenummerde stukken van de archieven van de graven en gravinnen van Vlaanderen, bewaard in het Rijksarchief Gent.


Waarom dit stuk precies werd bewaard, is nog een mysterie. Maar een op het eerste zicht weinigzeggende aantekening op de achterzijde van het document (‘XVIC .II.’) geeft al heel wat informatie prijs. Het gaat om een kruisverwijzing naar de oudst gekende inventaris (uit 1388) van het deel van het grafelijk archief dat in het grafelijk slot van Rupelmonde werd bewaard.
In deze inventaris beschreef de toenmalige archivaris, Thierry de Gherbode, het stuk als volgt: “unes lettre appellées blanc, soubz le séel ancien de la ville de Gand, et n’y a riens dedens, mais sont ainsi signees au dox. XVIC .II.”


Het charter was dus voorzien om uit te gaan van de stad Gent, maar werd nooit voltooid… Op basis van het overgebleven zegelfragment valt het document te dateren vóór 1297. In dat jaar beviel graaf Gwijde van Dampierre namelijk aan de stad Gent het grootzegel van de stad Gent te vernietigen en te vervangen door een nieuw.
Waar moest de oorkonde voor dienen? Waarom werd het überhaupt bewaard en dan nog eens bijna honderd jaar later tijdens de Bourgondische periode geïnventariseerd? Het zijn vragen waar Robin in de toekomst een antwoord op wil zoeken.