8 maart 2025
Vandaag op Internationale Vrouwendag, zetten we enkele minder bekende, maar fascinerende vrouwen uit het verleden in de kijker. Hoewel middeleeuwse bronnen vaak gedomineerd worden door mannen, duiken er ook heel wat vrouwelijke stemmen op in de grafelijke chartercollectie die in Rijksarchief Gent bewaard wordt.
Een van die vrouwen is Beatrijs van Brabant/Kortrijk (°1225 – † 1288). Zij was de dochter van de hertog van Brabant. Zij huwde in 1241 met Hendrik Raspe, landgraaf van Thüringen en later ook Rooms-Duits tegenkoning van keizer Frederik II en Koenraad IV. In 1247 overleed haar echtgenoot en nog datzelfde jaar hertrouwde ze met graaf Willem II van Vlaanderen. Terwijl die laatste op kruistocht trok, bleef Beatrijs in Vlaanderen. Ook haar tweede echtgenoot kwam vroeg te overlijden (in 1251), waarna Beatrijs zich terugtrok in haar kasteel te Kortrijk en zich wijdde aan devotie, kunst en literatuur.
Het merendeel van de documenten in de grafelijke collectie is van administratieve en juridische aard. Slechts hier en daar vangen we een glimp op van persoonlijke beweegredenen en individuele stemmen. Zogenoemde “egodocumenten” zijn voor de middeleeuwen eerder zeldzaam. Er zijn enkele brieven bewaard gebleven die als persoonlijke correspondentie gericht aan de gravin beschouwd kunnen worden.
Zo schrijft Blanca van Bretagne, dochter van de graaf van Richmond, een brief aan Beatrijs waarin ze haar bedankt voor haar vriendelijke brief, dat ze het goed stelt en gecharmeerd is te vernemen dat haar aanwezigheid bij de zus van Beatrijs (Mathilde, gravin van Artois) haar plezier deed.


In een andere brief schrijft meester Giraut de Maumont dat hij haar brief goed ontvangen heeft en dat hij gevolg zal geven aan haar vraag om zich samen met zijn broer naar het parlement te begeven.


Johanna de Chauvigny, dame van Châteauroux, laat in een brief haar tante Beatrijs weten dat ze het goed stelt. Ze bedankt haar om haar van nieuws op de hoogte te houden en laat onder andere weten dat haar echtgenoot de heer van Chauvigny en diens broer Jacques een tornooi in ’s-Hertogenbosch hebben bijgewoond, en dat de neef van Beatrijs in goede gezondheid verkeert.


Deze brieven zijn vaak van een klein formaat en bevatten een bijzonder patroon van drie of zes horizontale insnedes. Mogelijk getuigt dit van een bepaald type verzegeling van de brieven.